Op het blog van MamaNatuurlijk las ik deze prachtige tekst. Ik wil hem graag met jullie delen
Je bent net geboren, en dan...?
Door Marianne Vanderveen-Kolkena
Stel je eens voor…
Je was een maand of negen omhuld door het lichaam van je moeder. Er was
een constante stroom van prikkels. Er was de beweging van haar lichaam.
Er was het geluid van haar hart, van het stromen van haar bloed, van het
geborrel in haar darmen. Je hoorde al vanaf ongeveer zestien weken
stemmen van de mensen met wie ze veel tijd doorbracht, misschien haar
zingen, het muziekinstrument van je grotere broertje of zusje, de muziek
die je papa graag opzette.
Binnen in de baarmoeder was je gewichtloos in het vruchtwater. Je had
het nooit koud, want de temperatuur was aangenaam en constant. Je had
geen honger, want de placenta zorgde via de navelstreng voor een
ononderbroken aanvoer van alles wat je nodig had om te groeien. Naarmate
je lichaam groter werd, kwam je tot je verrassing af en toe je eigen
vingers tegen en kon je zelfs zuigen op je duim. Dat was prettig om te
doen; het gaf een intens tevreden gevoel, dat zuigen. Zolang het nog
niet al te krap was, kon je draaien en duikelen dat het een lieve lust
was. Als mama druk was, wiegde ze je in slaap en als zij op de bank zat,
dacht je: 'Hé, waarom staan we stil? Gaan we spelen?' En ja, vaak ging
je spelen. Mama lokte je met haar handen en ook papa deed mee. Daar
genoten jullie alle drie van en via de navelstreng kwamen de hormonen
die als gevolg van het genieten door mama's bloed stroomden, óók bij jou
terecht. Je was letterlijk met elkaar verbonden.
Je werd groter en groter en om te voorkomen dat je straks de weg naar
buiten niet meer zou kunnen afleggen, werd je zo rond veertig weken
zwangerschap geboren. Dat was een hele klus, want het paste allemaal
maar net. Toch was je eigenlijk nog lang niet klaar en zelfs je hersenen
hadden nog maar zo'n 25% van de omvang die je als volwassene
uiteindelijk zou krijgen. Er waren heel veel dingen die je nog niet kon,
maar mama zou samen met papa vast zorgen dat dat allemaal goed kwam.
Na de geboorte
En nu ben je er dan. En het valt soms allemaal niet mee…
Je bent ineens niet meer gewichtloos, soms is het te koud en soms te
warm. Je kunt je duim soms niet meer vinden, want je moet nog leren om
al je ledematen gecoördineerd te bewegen. Het is afgelopen met een
constante toevoer van voedsel; je moet wachten tot het je wordt
aangeboden. Ze zien soms niet dat je erom vraagt, want jij spreekt de
taal van de volwassenen nog niet en de volwassenen hebben dikwijls
moeite om jouw subtiele taal te verstaan. En dan word je zo ongelukkig,
dat je begint te huilen, want je weet niet meer wat je moet doen om te
zorgen dat ze je begrijpen. En daar word je dan weer hartstikke moe van
en eerst warm en zweterig en daarna koud, als je de inspanning van het
huilen niet meer volhoudt. En dan denken ze soms dat het probleem is
opgelost, omdat je weer stil bent, maar dat is niet zo, want je bent
gewoon te moe en hopeloos geworden. En ze lijken het ook zo druk te
hebben.
Ze doen van alles, maar anders dan voorheen mag je er nu niet meer
aldoor bij zijn. Mama lijkt zo heel ver weg, je kunt haar niet meer
voelen en aanraken en je beweegt niet meer de hele dag met haar mee. Er
zijn nog steeds veel prikkels, maar dat zijn prikkels waaraan je niet
gewend bent: fel licht, harde geluiden, voortdurende
temperatuurswisselingen. Wat een toestand allemaal.
Je kunt aldoor wel weer huilen en het ergste is, mama wordt er nu ook
helemaal verdrietig en onrustig van. Ze weet niet hoe ze ervoor moet
zorgen dat jullie samen het 'gesprek' op gang houden, hoe de
verbondenheid van voor je geboorte kan worden voortgezet, en nu vraag je
je af: 'Zo vlak na mijn geboorte willen ze me al laten wennen aan
eenzaamheid, maar ik kan mijn eigen problemen nog niet oplossen! Als ik
mama of papa aankijk en ze zien mijn lieve gezichtje, dan smelten ze
helemaal weg en zijn ze bereid alles voor me te doen. Maar als ik zoveel
uren alleen moet doorbrengen en ze me in een strak ritme willen
dwingen, dan kan ik niet op die manier met ze communiceren.
Is dat voor mij, met mijn eigen persoonlijkheid, nou wel een goed idee,
dat ik altijd alleen en altijd op dezelfde plaats in slaap moet vallen?
Dat ik strakke doeken om me heen krijg, in plaats van mama's sterke,
veilige armen? Dat ik niet met heel veel aandacht omringd mag worden
omdat ze denken dat ik dan verwend raak? Dat ik in mijn eentje moet
kunnen spelen, zonder de kunst te kunnen afkijken? Dat ik na een maand
of drie niet meer 's nachts wakker mag worden? Dat ik zelfredzaam moet
zijn, terwijl ik nog lang niet volgroeid ben? Dat ik maar eenmaal per
dag in de draagdoek mag? Dat er een minimum en een maximum zit aan de
tijd tussen de voedingen? Dat papa en mama de kookwekker op dertig
minuten moeten zetten, omdat ze anders te snel naar mij toe komen als ik
huil…?
Is dat écht een goed idee?
'Nee', zegt kinderarts Nils Bergman, 'dat is geen goed idee'
Dicht bij de moeder krijgt een baby warmte, bescherming en voedsel en
dat zorgt voor een optimale ontwikkeling van zijn hersenen. De huid van
de moeder is voor de baby de natuurlijke omgeving en zowel lichamelijk
als geestelijk is het voor hem de gezondste plek om te zijn. Te weinig
tijd in haar armen leidt tot protest, de baby gaat huilen, in de hoop
dat zijn moeder terugkomt. Het leidt ook tot wanhoop en zich
terugtrekken: hij stopt met huilen, is oververmoeidheid en wordt stil.
Eigenlijk kun je zeggen dat alle baby's, gezien hun onrijpheid en gebrek
aan vaardigheid om zelf te overleven, prematuur worden geboren. Daarom
hebben ze constante (ouderlijke) nabijheid nodig. Als je hun met te
grote tussenpozen relatief grote hoeveelheden voedsel aanbiedt, kunnen
ze onrustige darmen krijgen. Ook hun kleine maagjes kunnen dat allemaal
niet verwerken en daar worden ze onrustig van. Dat dingen op een
bepaalde manier worden gedaan, betekent niet altijd dat ze biologisch
normaal zijn. Moeders hebben ondersteuning nodig de natuurlijke
instincten weer te ontdekken en te volgen en die steun zou al in de
zwangerschap moeten beginnen.
'Nee', zegt fysiologe Kerstin Moberg, 'dat is geen goed idee'
Minder lichamelijk contact met de moeder of met een andere liefdevolle
verzorger betekent voor het kind minder gelegenheid om tot rust te
komen. Juist het huid-op-huidcontact, wat met intensief borstvoeding
geven en het dragen van een zuigeling wordt bevorderd, zorgt voor de
afgifte van het hormoon oxytocine. De prikkels die een baby in de armen
en aan de borst van zijn moeder krijgt, stimuleren zijn gevoel van
welbevinden. Op verzoek voeden en veel lichamelijke nabijheid zijn de
beste manieren om de negatieve invloed van stresshormonen op afstand te
houden en de afgifte en werking van relaxhormonen een kans te geven. Dat
maakt dat mensen kunnen openstaan voor elkaar en dat ze hechte relaties
met elkaar kunnen aangaan, opbouwen en onderhouden.
'Nee', zegt antropoloog Ashley Montagu, 'dat is geen goed idee'
Bij mensen is er na de zwangerschap een periode van 'exterogestation':
een periode van zwangerschap (gestatie) buiten (extero) de baarmoeder.
De baby is bij de geboorte nog heel onrijp. Het is daarom belangrijk te
proberen de situatie van binnen de baarmoeder zo dicht mogelijk te
benaderen, ofwel voort te zetten, als de baby eenmaal is geboren. De
baby is namelijk voor de bevrediging van zijn behoeften nog steeds
volledig afhankelijk van het moederlichaam. Zijn organen moeten rijpen
en hij moet zijn omgeving leren kennen. De huid is daarbij het externe
zenuwstelsel en ontstaat uit hetzelfde weefsel als het centrale en het
perifere zenuwstelsel. Mede daarom is de prikkel van menselijke
aanraking en lichamelijke nabijheid zo belangrijk voor zijn
ontwikkeling. Borstvoeding speelt daarin een zeer belangrijke rol en is
veel meer dan alleen maar de overdracht van calorieën en
voedingsstoffen. Het is de natuurlijke weg waarlangs de
moeder-kindrelatie wordt opgebouwd. Wanneer de moeder en haar baby
tijdens de voedingen huidcontact hebben en met elkaar 'praten', ontstaat
er een sfeer van veiligheid waarin hij kan gedijen.
'Nee', zegt psychiater John Bowlby, 'dat is geen goed idee'
Kinderen hebben het nodig, dat volwassenen die voor hen moeten zorgen,
responsief reageren. Dat betekent dat die volwassenen de signalen
opvangen, dat zij ze juist interpreteren en er effectief op reageren. Op
basis daarvan ontwikkelt het kind een basisvertrouwen. Met andere
woorden: hij leert dat zijn verzorgers toegankelijk en bereikbaar zijn
en zo raakt hij veilig gehecht. En dat is dan weer belangrijk voor een
stabiele emotionele ontwikkeling nu en op latere leeftijd. Omdat een
baby geen tijdsbesef heeft, kan hij niet wachten op die zorg. Die lijkt
dan alleen maar onbereikbaar, wat hem tot huilen en wanhoop brengt en
uiteindelijk tot stille moedeloosheid leidt.
'Nee', zeggen de WHO en UNICEF, 'dat is geen goed idee'
De tien vuistregels
vormen een internationaal document dat de basis is onder goede
borstvoedingszorg. Als instellingen in aanmerking willen komen voor het
Borstvoedingscertificaat, dat in Nederland wordt uitgereikt door de
stichting Zorg voor Borstvoeding, dan is de allereerste voorwaarde dat
de instelling aan alle tien vuistregels voldoet. Vuistregel-7 geeft aan
dat het de bedoeling is dat moeder en kind dag en nacht bij elkaar op
een kamer blijven. Dat houdt in de praktijk dus in, dat de baby niet
altijd op 'dezelfde plaats' (lees: op zijn eigen kamertje) zal slapen,
maar dáár zal uitrusten waar mama is. Vuistregel-8 geeft aan dat
borstvoeding op verzoek moet worden nagestreefd. Dat houdt in, dat er
geen minimum en maximum tijd tussen de voedingen zit, maar dat de baby
zélf het voedingsritme aangeeft. Op die manier wordt de overgang van het
leven in de baarmoeder naar het leven buiten de baarmoeder voor de baby
het gemakkelijkst en zal er minder reden tot stress en huilen zijn. Dat
bevordert de communicatie tussen moeder en kind.
'Nee', zegt biochemicus en onderzoeker Peter Hartmann, 'dat is geen goed idee'
Het aan tijdslimieten binden van het aantal voedingen door regels te
stellen voor de tijden tussen de borstvoedingen, zal dikwijls verstorend
werken op zowel de productie van moedermelk door de moeder als de
inname van moedermelk door de baby. Ieder moeder-kindpaar is anders en
moeder en kind moeten samen hun eigen ritme vinden. Het ritme dat dan
ontstaat past dan bij de karakters van moeder en kind en bij de borsten
(productiemogelijkheden en opslagcapaciteit) van de individuele moeder.
Dat de melk in voldoende mate uit de borst wordt gehaald, is van
doorslaggevend belang voor de productie op de langere termijn, dus voor
het in stand houden van de productie en de borstvoeding in de komende
maanden of misschien jaren. Frequent zuigen van de baby aan de borst,
zorgt ervoor dat er oxytocine vrijkomt, dat voor de toeschietreflex
zorgt. Het legen van de borst zorgt er echter óók voor dat er prolactine
vrijkomt en dat hormoon zorgt voor de melkproductie. Onrust en huilen
verhogen de niveaus van stresshormonen en daarmee wordt de afgifte van
oxytocine, en dus ook van het toeschieten van de melk, in gevaar
gebracht. 'Hoe meer de baby huilt, des te minder melk drinkt hij, dus
wordt er minder geproduceerd en dus is er minder voor hem te drinken en
dus huilt hij omdat er te weinig te drinken was', zei Neil Matterson in
1984. Dat sluit aan op wat Bergman, Montagu en Bowlby zeggen over hoe je
het huilen van een baby tot een minimum kunt beperkten, zoals hierboven
al uiteengezet werd.
'Nee', zegt sociaal wetenschapper Rachel Verweij, 'dat is geen goed idee'
Als de baby wordt geboren, zijn er nog maar weinig verbindingen tussen
de vele hersencellen. Positieve ervaringen bevorderen de
hersenontwikkeling, die gedijt onder de hormonale invloed van
bijvoorbeeld oxytocine. Stresshormonen als adrenaline en cortisol
versnellen de hartslag en ademhaling, waardoor het stresssysteem wordt
'ingesteld'. Wanneer een baby door eenzaamheid en huilen veel stress
ervaart, wordt zijn stresssysteem overgevoelig, wat de kans op allerlei
ongezonde consequenties vergroot. Soms neemt het huilen wel af, maar de
innerlijke stress niet, wat af te lezen valt aan bepaalde bloedwaarden.
Het lichaamscontact en het zuigen tijdens de borstvoeding verminderen de
stress. Het is, zeker in het eerste levensjaar, juist een
buitenstaander die de baby te hulp moet schieten om de stress te
verminderen, omdat het zenuwstelsel van de baby nog niet rijp is om die
taak zelf te volbrengen. Investeren in lichaamscontact en in
borstvoeding, is daarom investeren in de toekomstige geestelijke
gezondheid van je kind én de kinderen van je kinderen, want ook hier
geldt: jong geleerd, oud gedaan!
En nu hoop je als pasgeborene maar, dat al die mensen die beslissingen
nemen en adviezen geven over hoe ouders met hun al dan niet huilende
kindjes kunnen omgaan, óók allemaal weten wat deze en nog veel meer
wijze mensen zeggen en dat ze jouw ouders en die van andere kindjes
aanmoedigen om hun intuïtie te volgen en veel met je te knuffelen, zodat
jullie allemaal niet verdrietig en onzeker worden en niet hoeven te
huilen, maar kunnen genieten van elkaar en je zonder aarzeling overgeeft
aan het contact…
Wat zou dat mooi zijn!
Lees ook
Notitie in reactie op de (concept) richtlijn 'Aanpak van excessief huilen bij zuigelingen'. Versie 25 juni 2008, opgesteld door Marianne Vanderveen-Kolkena en Stephanie Pots, lactatiekundigen-ibclc.
Notitie in reactie op de (concept) richtlijn 'Aanpak van excessief huilen bij zuigelingen'. Versie 3 februari 2009, opgesteld door Marianne Vanderveen-Kolkena en Stephanie Pots, lactatiekundigen-ibclc.
Statement in reaction to the (draft) guideline 'Dealing with excessive crying in nurslings'
(Centrum JGZ / RIVM, Centre for Child Healthcare/National Institute of
Public Health and Environment). Version 2007 / version 2008), by Marianne Vanderveen-Kolkena IBCLC and Stephanie Pots MA, IBCLC
Samenvatting Notitie in reactie op de (concept) richtlijn 'Aanpak van excessief huilen bij zuigelingen'
Notitie in reactie op de (concept) richtlijn 'Aanpak van excessief huilen bij zuigelingen'; Centrum JGZ/RIVM, november 2007, van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), sector Jeugd, april 2008.
Nota Aanpak excessief huilen, 2007 versie ActiZ
Onderzoek: Hongeren naar huidcontact: aanraking bevordert neuro-endocriene ontwikkeling van baby's. Rachel Verweij en Hedwig van Bakel; 62 nr. 31-32. 3 augustus 2007. Medisch Contact. l3l9
Huid, hersenen en hormonen, door Rachel Verweij
Teken de petitie! Stop 'aanpak van excessief huilen bij zuigelingen' als richtlijn bij het consultatiebureau.
Comparison of behavior modification with and without swaddling as interventions for exessive crying, B.E. Van Sleuwen, M.P. L’Hoir, A.C. Engelberts, W.B. Busschers, P. Westers, M.A. Blom, T.W.J. Schulpen and W. Kuis
grappig om te lezen dit...
BeantwoordenVerwijderentoen we 'het' deden (natuurlijk ouder-zijn) toen de kinderen klein waren voelde het gewoon als de meest prettige (maar wel erg intensieve) manier van ouder zijn, en steeds als ik erover lees, zoals in het artikel hierboven beschreven, snap ik niet dat het niet veel meer geaccepterd is... maar ja: westerse traditites he.....